Af en toe krijgt Jennita Jansen (32) van Plukatelier uit Scherpenzeel een mailtje van een klant. Of ze middenin de winter even een boeket biologische bloemen klaar kan maken. “Soms stuur ik dan een foto terug van de kale akker waar ik in andere seizoenen mijn bloemen verbouw, met de begeleidende tekst dat er nu weinig te plukken valt, maar dat ze in andere seizoenen weer welkom zijn."

Plukatelier is een biologische kwekerij voor sierteelt. Op 1.200 vierkante meter land, tegen de dorpskern van Scherpenzeel, verbouwt Jansen tientallen soorten bloemen. De tulpen die rond maart en april te koop zijn luiden het seizoen in, waarna vanaf juni tot en met eind september boeketten te koop zijn met meerdere soorten bloemen als Cosmea, Korenbloem, Goudsbloem en Zonnebloem.

Jansen begon het bedrijf in 2020, nadat ze de liefde voor kweken ontdekte op een moestuin. "Mijn man en ik begonnen met het planten van bloemen om de groei van de groenten te bevorderen, maar al snel zaaide ik meer zonnebloemen dan tomaten." Dat ze met haar bedrijf op biologische wijze zou gaan kweken, was voor haar klip en klaar vanaf het begin. "Ik heb een tijdje bij een bloemist gewerkt om meer over het vak te leren, daar zag ik de trucs die soms nodig zijn om bloemen langer vers te laten lijken. Stond ik daar gerbera"s op draad te zetten om ze langer mooi te houden. Dat voelde voor mij als extra bevestiging dat ik niet op díe manier met bloemen wilde werken."

Natuurlijke meststoffen, natuurlijke vijanden

Veel mensen associëren bloemen met een natuurlijk product, maar om ze snel op te kweken en het hele jaar beschikbaar te hebben in de winkels, wordt van alles uit de kast getrokken dat schadelijk is voor milieu en biodiversiteit. Er wordt bijvoorbeeld veel kunstmest gebruikt in de sector. En bloemen worden in warme kassen gekweekt of ingevlogen vanuit warmere landen als Kenia, Vietnam en Peru om ze het hele jaar beschikbaar te stellen. Soms komen de bloemen uit landen waar waterschaarste is, wat alleen maar erger wordt door bloementeelt. Bestrijdingsmiddelen zorgen er ondertussen voor dat bloemen er tiptop uitzien.

Biologische siertelers in Nederland willen dat anders aanpakken. Voor hen geen bestrijdingsmiddelen of kunstmest, maar natuurlijke meststoffen en natuurlijke vijanden om ongedierte bij bloemen weg te houden. Zoals lieveheersbeestjes die luizen opeten of aaltjes die slakken te lijf gaan. Ook wordt er niet geteeld in verwarmde kassen. Een koude kas of tunnel is wel mogelijk. Om aan te tonen dat ze biologisch produceren, bestaat de Skal-certificering, een certificaat voor elk Nederlands bedrijf dat biologische producten produceert, verhandelt of opslaat. Elk jaar wordt opnieuw gecontroleerd of het bedrijf voldoet aan de biologische productievoorwaarden.

Andere vraagstukken

De markt voor biologische sierteelt zit in de lift. Sinds begin 2024 bestaat er een branchevereniging voor vaste plantenkwekers, bollenkwekers en snijbloemkwekers om kennis te delen en samen te werken, vertelt Jantien van Leeuwen van Biologische Sierteelt Nederland. "Van mensen die in hun eigen tuin zijn begonnen en nu een bedrijf zijn gestart, tot siertelers die op een deel van hun hectare nu bezig zijn met biologische bloembollen: alles komt voorbij." Eerst waren zij lid van de branchevereniging voor gangbare teelt. "Maar er spelen heel andere vraagstukken als je biologisch teelt: van gereedschap en bollen tot certificering. Je hebt bijvoorbeeld geen spuitmachines nodig voor bestrijdingsmiddelen, maar kan het onkruid verwijderen wel vergemakkelijken door een wiedbed, een kar die tussen de bloembedden doorrijdt waar mensen op hun buik op kunnen liggen."

Een eerste wapenfeit van de branchevereniging is bloemenveiling Plantion in Ede, waar nu in het eerste blok enkel biologische bloemen worden geveild. "Eerder zaten de biologische bloemen tussen alle anderen, daardoor was het lastiger voor bloemisten om te onderscheiden wat biologisch is. En als zij het al niet zien, hoe moet de consument het dan weten?"

Planten als bemesters

Zelfs het zeer getrainde oog van iemand die al bijna twintig jaar biologisch teelt, kan biologische tulpen niet van gangbare geteelde exemplaren onderscheiden. "Maar als ik naar de bloemen in de supermarkt kijk en weet wat voor reis die hebben afgelegd, dan vraag ik me af hoe consumenten denken dat dat kan voor die prijs", zegt Maaike Röder (73) van Bijenakker in Odijk. "De natuur betaalt de schade."

Samen met haar man Henk van Berkel (67) werkt ze al bijna twintig jaar op 2,5 hectare. Het stel leerde elkaar kennen op de afdeling Natuur- en Milieu Educatie van de gemeente Utrecht. "We wisten van elkaar dat we beiden niet wilden werken met troep in de natuur, dat schiep een band." Het was de jaren tachtig, de interesse voor inheemse en natuurtuinen kwam op. "Ik heb nog een strijd gevoerd met het bestuur, omdat zij onkruidverdelger wilden gebruiken op het pad. Absolute onzin vond ik dat."

In de voormalige pruimenboomgaard is een halve hectare bestemd voor biologische bloemen, de rest bestaat grotendeels uit een overwoekerde bosrand. Van een paddenpoel en insectenwand tot planten die flink zijn gaan woekeren in het dichte bos: hier gaat de natuur z'n eigen gang. "Daar profiteren wij ook weer van, want het trekt een heleboel dieren en insecten aan die als natuurlijke bestrijding werken voor onze bloementeelt."

Omgaan met teleurstellingen

Wie met Röder tussen de bedden doorloopt, ziet eind april vooral veel vaste planten die langzaam opkomen. "De eenjarigen kweken we op in kassen en kunnen naar buiten als het warmer wordt. Daardoor krijg je wel veel later bloemen, vanaf augustus is de tuin eigenlijk op z'n mooist." Nu vallen vooral de verschillende velden winterrogge op: een groenbemester die ervoor zorgt dat de aarde volgend jaar op natuurlijke wijze weer bemest is.De planten verhogen tijdens hun groei het percentage organische stof en het stikstofgehalte in de bodem. Aan het eind van het seizoen worden ze omgeploegd en blijven ze op het veld liggen, waar het langzaam verandert in humus.

Een stukje verderop staan nog een handvol bergkorenbloemen, de rest van het bloembed is nagenoeg leeg. "We laten deze nog maar even staan voor de bijen, maar de rest is helaas aangevreten door de slakken na al die regen van de laatste tijd." Natuurlijk, zucht ze, wordt ze weleens moedeloos van het eeuwige gevecht. "Maar wat is het alternatief? Tuinieren is omgaan met teleurstellingen, en voor biologische teelt geldt dat extra."

Bijen hebben het fijn op de Bijenakker in Odijk.

Arbeidsintensiteit

Op de vraag wat de rest van de dag Röder gaat brengen, is er maar één antwoord: onkruid wieden. "Zelfs op onze leeftijd gaat dat door." Het is een beeld dat Jansen herkent. "Wij liggen hier uren op onze knieën onkruid te wieden, dus het gemak van de gangbare teelt zou ik ook soms wel willen. Maar niet tegen de prijs die de natuur ervoor betaalt."

Daarnaast is het plannen en kweken een arbeidsintensief project. Onderdeel van biologische sierteelt is de wisselteelt: elk jaar worden eenjarigen in een ander bed gepland, vaste planten wisselen eens in de drie jaar van plek. Dit verbetert de bodem en voorkomt ziekten, doordat die geen vat krijgen op dezelfde planten. Op de tafel bij haar kwekerij is te zien wat dat in de praktijk inhoudt: bakjes met moederkruid, uitgewaaide zaailingen die nog in het bed van vorig jaar stonden. "Hier kunnen ze nu even wortelen, waarna ik ze straks ergens anders weer plant."

Elk jaar maakt Jansen een planning met wat ze gaat zaaien. Een aantal dingen die het goed doen, zoals strobloemen, korenbloemen, goudsbloemen, grassen en cosmea, komen altijd terug. Daarnaast is het ook een kwestie van experimenteren. Wat doet het goed in dit klimaat, wat blijft zeven dagen mooi op de vaas? "Ik kijk ook naar ingrediënten in een boeket: grote en kleine bloemen, blad, de hoogte. Wat bloeit er tegelijk en wat staat mooi samen?"

Om de boeketten daadwerkelijk vol te krijgen, zaait ze veel meer biologische planten dan nodig. "Er zijn heel veel stappen waarbij het mis kan gaan. Zaailingen worden opgegeten, drogen uit. Je hebt dus een grote marge nodig."

Afnemers

Zo'n twintig particulieren hebben een abonnement op haar boeketten, die ze in het hoogseizoen thuisbezorgd krijgen. Daarnaast levert ze aan twee biologische bloemisten, Bloemkracht8 en Toma Bloemenservice. "En ik doe rouw- en trouwboeketten in het seizoen, maar ik moet strenge keuzes maken in de tijd die ik heb en vaak nee verkopen. Dat doet pijn als ondernemer." Ook Bijenakker werkt samen met drie vaste bloemisten die hun waren afnemen: Bloemkracht 8, Iris plukt en Fleur je dag.

Jansen merkt steeds beter wie haar doelgroep is. "Laatst was er iemand die 10 euro voor een bos tulpen veel te duur vond, in de Jumbo stonden twee bossen voor zes euro. Eerder wilde ik dan nog weleens in prijs zakken, maar tegenwoordig doe ik dat niet meer. Mensen moeten de waarde van een product inzien. Zo niet, dan zijn we geen match."

Alternatieve verdienmodellen

Van Leeuwen van Biologische Sierteelt Nederland ziet dat het daar nog vaak botst: tussen de verwachting van bloemisten en de biologische telers. "Zaden zijn duurder en het werk kost meer tijd, dus het is logisch dat je meer betaalt." Bovendien is het seizoen korter, iets wat ervoor zorgt dat veel biologische siertelers op zoek gaan naar alternatieve verdienmodellen. "Bloemen drogen bijvoorbeeld, zodat je ze in de winter kan verkopen. Ook kun je zaden verkopen van uitgebloeide planten."

Jansen van Plukatelier doet beiden. En ze verkoopt digitale cursussen over biologisch kweken en biedt workshops aan met droogbloemen en kerststukken met biologische producten. "Maar alsnog betekent biologisch kweken dat ik in het bloemenseizoen hard werk om een buffer op te bouwen om koudere seizoenen door te komen." Bijenakker gooit het over een andere boeg: ze houden kippen en bijen op het terrein, geven rondleidingen en verhuren hun locatie voor feestjes voor natuurliefhebbers. "Als je alleen moet rondkomen van de biologische sierteelt, is het veel moeilijker om duurzame keuzes te maken", aldus Van Berkel.