Triodos Bank gebruikt cookies om haar websites gebruiksvriendelijker te maken. Bekijk welke cookies we gebruiken in ons Privacy- en cookie statement.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Sluiten

Interview

Groente voor iedereen

Jaap Seidell over een gezonde samenleving

Jaap Seidell over een gezonde samenleving

De relatie tussen voeding en gezondheid is klip en klaar. Júist de biologische sector kan, met haar kennis van teelt en gewassen, mensen die ongezond eten in aanraking brengen met gezond voedsel. Dat zegt hoogleraar Jaap Seidell.

Als het gaat om gezondheid en voedsel, constateert Jaap Seidell een groeiende tweedeling in de samenleving. “Aan de ene kant is er een relatief kleine groep voorlopers bewust met voeding bezig. Dat zijn niet alleen mensen die biologisch eten, maar ook consumenten die op een andere manier zorgen voor een gebalanceerde maaltijd. Aan de andere kant zien we een grote groep mensen met een ongezond levenspatroon. Mensen die te zout en te vet eten, en regelmatig naar snacks of kant-en-klaar maaltijden grijpen. Bewoners van achterstandswijken zijn in die tweede groep oververtegenwoordigd.”

De voedingsindustrie speelt handig in op de relatie tussen voeding en gezondheid. Maar de grote groep mensen die zich niet goed weet te voeden, wordt volgens Seidell niet bereikt. Dat is kwalijk, vindt de hoogleraar. “Want het probleem is groot. Maar twee procent van de kinderen in Rotterdamse achterstandswijken eet voldoende verse groente.

“Vaak nemen criminaliteit en vandalisme in een wijk af op het moment dat bewoners zich meer met elkaar en met hun omgeving verbonden voelen.”

 Jaap Seidell

En Rotterdam is geen uitzondering, zo blijkt uit landelijke cijfers. Slechts tien procent van de vrouwen en zes procent van de mannen eet de dagelijks aanbevolen hoeveelheid fruit. En maar vijf procent van de consumenten eet voldoende groente. Van de kinderen tussen zes en achttien jaar eet slechts vijf procent dagelijks genoeg fruit. Deze gemiddelden gelden voor de gehele bevolking, niet alleen voor mensen in achterstandswijken. Maar die laatste groep trekt het gemiddelde wel omlaag.”

Verbinden

Dat bewoners van achterstandswijken ongezond eten is deels een kwestie van geld. “Maar het komt ook door gebrek aan kennis en ervaring”, zegt Seidell. “Dat bedoel ik heel letterlijk. Uit onderzoek blijkt dat veel basisschoolkinderen een tomaat niet herkennen. Die hebben ze nog nooit gezien. Ze weten ook niet waar de melk vandaan komt of hoe een aardappel groeit.”

“Juist de biologische sector zou iets aan die kennisachterstand kunnen doen. Zo zouden bioboeren zich kunnen verbinden met achterstandswijken, om samen met bewoners projecten op te zetten voor stadslandbouw. Daarmee brengen ze de bewoners – oud en jong – in aanraking met natuur en gezond voedsel. Als je mensen op die manier helpt bij het verbouwen van gezonde voeding, kunnen ze dat op den duur zelf. En nog belangrijker: zo ontwikkelen ze meer kennis en een steviger bewustzijn rond voedsel. Dat zal er ook toe leiden dat ze andere keuzes gaan maken in de winkel.” Júist biologische boeren zijn uitermate goed toegerust om aan dat bewustzijn te werken en mensen te begeleiden bij stadslandbouwprojecten, zegt Seidell. “Zij weten als geen ander hoe je op een relatief klein stuk grond met eenvoudige middelen gewassen kunt verbouwen. Wie heeft die kennis tegenwoordig nog in onze samenleving? Grootschalige, reguliere land- en tuinbouwbedrijven zijn gericht op kosteneffectieve productie. Dat is een totaal andere benadering dan wat nodig is in kleine projecten in de stad.”

Seidell ziet de afgelopen jaren diverse landbouwprojecten ontstaan in de stad. “Stadslandbouw is een trend. Biologische boeren sluiten zich aan, want zonder hun kennis lukt het vaak niet om de tuinen te onderhouden. Maar hoewel er steeds meer van dergelijke projecten starten, blijven het vooralsnog geïsoleerde voorbeelden. Het is goed als bioboeren structureler aandacht zouden hebben voor het ontwikkelen van kennis rond voedsel en gezondheid bij mensen die ongezond leven.”

CV Jaap Seidelljaap seidell

Jaap Seidell is hoogleraar Voeding & Gezondheid en directeur van de afdeling gezondheidswetenschappen aan de Vrije Universiteit en het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Hij is een internationaal gerenommeerd onderzoeker op het gebied van overgewicht en obesitas. Seidell: “Het grote verschil in levensverwachting tussen bewoners van achterstandswijken en andere buurten, is onrechtvaardig. Dat motiveert me in mijn werk.”

Eten op school

Dat is overigens niet alleen een taak van boeren, onderstreept Seidell. “Ook de andere spelers in de biologische sector, zoals winkeliers en leveranciers, kunnen meer doen. Bijvoorbeeld door met scholen en verzorgingstehuizen afspraken te maken over de levering van gezonde producten.” Op dat vlak is de afgelopen jaren een aantal mooie projecten ontstaan, weet Seidell. “Zo is er in Amsterdam-West een school die elke dag voor 800 leerlingen groente inkoopt bij een biologische boer uit de regio. Op die manier verbouwen de leerlingen weliswaar niet zelf de groente, maar komen ze er wel mee in aanraking. Ze gaan ook een aantal keren met de klas op bezoek bij de boer.”

Seidell is zelf betrokken bij projecten op basisscholen waar moeders onder schooltijd maaltijden bereiden voor de leerlingen. Dit doen ze onder begeleiding van koks die werken met verse producten. “Ook dat soort projecten is enorm belangrijk”, zegt de hoogleraar. “De moeders worden gestimuleerd om zelf te koken en gezond eten op tafel te zetten. Dat gaan ze hopelijk ook thuis vaker doen. En de leerlingen zien hoe hun maaltijd tot stand komt.”

Dit soort initiatieven is hoopgevend en versterkt de kennis en het bewustzijn rond voedsel. Seidell: “Maar net als bij stadslandbouw gaat het vooralsnog om tamelijk incidentele en toevallige projecten. De biologische sector heeft er nog niet structureel aandacht voor en investeert te weinig in het bereiken van de grote groep ongezond levende consumenten. Terwijl dat in mijn ogen wel zou moeten.”Want Seidell is ervan overtuigd dat de samenleving daar behoefte aan heeft. “De levensverwachting in achterstandswijken is vaak fors lager dan gemiddeld. Neem het tamelijk rijke Amsterdam-Zuid en het veel armere Amsterdam-West. Die twee wijken liggen vlak tegen elkaar aan, maar het verschil in levensverwachting is 15 jaar.”

“Die grote verschillen komen deels door ongezonde voeding. Meer kennis rond gezonde voeding is dus letterlijk van levensbelang. Als we daarin investeren, binden we als samenleving ook de strijd aan met de epidemie aan chronische ziekten, zoals diabetes, hart- en vaataandoeningen en bepaalde vormen van kanker. Die zijn gedeeltelijk het gevolg van overgewicht en slechte voeding.”

Cohesie

Goed eten, zelf koken en groente verbouwen hebben niet alleen een positief effect op de gezondheid, weet Seidell. “Als het gaat om kinderen, zijn er aanwijzingen dat de leerprestaties verbeteren wanneer ze zich beter voeden. En wat betreft werken in een stads- of schooltuin: kinderen en volwassenen komen daardoor meer buiten. Dat is sowieso gezond. Bovendien geeft werken in een tuin lichaamsbeweging. Ook dat is positief voor de fysieke en geestelijke gezondheid.”
Maar er is meer, zegt Seidell. “Neem het samen onderhouden van een stadstuin. Uit onderzoek blijkt dat daardoor de sociale cohesie in de wijk wordt versterkt. Want door zo’n project leren mensen elkaar kennen. Ze dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat leidt tot een beter woon- en leefklimaat.”

Vaak nemen criminaliteit en vandalisme in een wijk af op het moment dat bewoners zich meer met elkaar en met hun omgeving verbonden voelen. Seidell: “De samenleving wordt sterker en gezonder van projecten die de sociale binding versterken. Dat is een prachtige stimulans voor de biologische sector om zich er voor in te zetten.”

Fotografie: Onno Roozen
Tekst: Tobias Reijngoud

Wat vind je van "Groente voor iedereen"?

Laat een reactie achter

Vul uw naam in

Maria 2 jaar geleden

Als bewoner van Rotterdam en lerares in het basisonderwijs, herken ik de gegeven informatie. Ik val soms steil achterover van het eten dat kinderen meenemen van huis als we een Paasontbijt of Kerstdiner hebben: mierzoet, ongezond, vet! Ik kan er niet veel van zeggen, omdat er tientallen versch. nationaliteiten aan deelnemen. En mijn school kan er ook wat van: vruchtenhagel. witte suiker en yoghurtdrank dat er uitziet en smaakt als behangplak.
Mijn mening geef ik altijd grondig en als alternatief neem ik bijv.mandarijnen en biologisch sap mee, samen met collega’s. De behangplak zetten we ergens achteraf.
Wat ik heel jammer vind, is dat de natuureducatie op veel scholen is afgeschaft: buurtmoestuin waarin kinderen wekelijks natuureducatie-les kregen en leerden waar groentes en fruit vandaan komen. Bij ons in de wijk is de prachtige tuin namelijk verdwenen vanwege bouwplannen van de gemeente.
Die tuin was al eeuwenlang buurttuin en we verbouwden er biol. groenten, fruit, bloemen, kruiden.
Ik vind het niet eerlijk, dat alleen de kinderen in de groene, meestal welgestelde wijken van Rotterdam nog deze noodzakelijke lessen krijgen. Ligt ook aan de ouders: als je boodschappen doet, kun je kinderen vertellen hoe alles groeit en in je vrije tijd naar een buurttuin of kweker gaan. Alle beetjes helpen!
En ik weet uit eigen ervaring, dat kinderen het heel interessant vinden om het te leren en vooral: te doen!
Ik vind het een manco van scholen als het niet gebeurt! Het hoort bij de opvoeding, net als: muziek, drama, koken enz.

irene 5 jaar geleden

Beste Jaap Seidell, naar aanleiding van een lezing van u heb iets bedacht wat kinderen op speelse wijze motiveert om vaker en meer verschillende groenten te eten. de interactie loopt via een mobiele app (dus arbeidsextensief) en betrekt ook hun ouders en school. dit idee en de aannames hieronder zou ik graag met u toetsen.
Irene